huwelijk 1.1

Huwelijk 1.1

Terwijl My langzamer ging rijden, op zoek naar een parkeerplaatsje op de smalle weg die naar de dorpskerk voerde, probeerde ik de kreukels uit mijn roomwitte pakje te strijken. Koert, haar man, borstelde de schouder van zijn jasje waar ik met mijn hoofd tegenaan had gelegen. Hij zag er ongemakkelijk uit. Innerlijk trok ik een gezicht, vroeg me af hoeveel ik van het vunzige karakter van mijn droom had verraden. Koert was aardig, maar och, hij was aardig dat was het dan. Soms leek mijn stiefzus, die twee jaar jonger was dan ik, tien jaar ouder. We waren inderdaad te laat. De bruid, onze nicht, stond al voor de stoep te wachten, terwijl we ons onder de citroenbomen door over het pad van het kerkhof haastten. We glimlachten verontschuldigend naar haar en glipten de donkere kerk binnen.

Ik was als eerste binnen en knipperde even met mijn ogen om ze na de lentezon aan de duisternis te laten wennen. De hoofden van de aanwezigen waren omgedraaid, ze verwachtten de bruid. Plots bevond ik me om de verkeerde reden in het middelpunt van de belangstelling. Ik voelde mijn wangen warm worden terwijl ik op de eerste de beste kerkbank neerplofte op het moment dat het orgel aan de eerste maten van de bruidsmars begon.

"Wat een opluchting," mompelde een diepe stem aan mijn linkerkant. "Heel even dacht ik dat jij op het punt stond met mijn oude vriend Rudy te trouwen." Geschrokken draaide ik mijn hoofd om en keek in een paar geamuseerde lichtbruine ogen. "Wat bedoel je met opluchting?" Fluisterde ik terug. "Je oude vriend Rudy zou het een stuk slechter kunnen treffen dan met mij!"

"Sst..., niet zo snel in de verdediging." De spreker legde een kalmerende hand op mijn knie. "Ik bedoelde wat een opluchting dat ik niet de rest van mijn leven hoef te proberen om niet verliefd te worden op de vrouw van mijn beste vriend." Ik was sprakeloos.

Toen Esmeralda langsliep in een warreling van ivoorkleurig satijn, was ik in staat mijn verwarring te verbergen en die warme hand van mijn knie te schudden door net als ieder ander op te staan. De hand gleed onwillig weg, terwijl mijn buurman ook opstond en zijn ogen op het altaar richtte. Hij was groot. Ik ben bepaald geen dwerg, met mijn een meter tweeënzeventig op mijn sokken, maar zijn schouder kwam even hoog als mijn wang. Hij had lange, slanke bruine handen met vierkante vingertoppen. Met zijn blik nog steeds naar voren gericht, opende hij zijn gezangenboek, hield het laag en naar rechts zodat ik het ook kon lezen. Toen ik het zag, herinnerde ik me mijn droom en voelde vanbinnen een steek. Voor ik me kon bedenken, pakte ik het boek met mijn linkerhand, zodat onze vingers elkaar raakten. Hij trok ze niet terug.

"We zijn hier bijeen in het aanzien van God om getuige te zijn van het huwelijk van Rudy en Esmeralda."

Ik niet. Ik was alle redenen om hier te zijn vergeten, behalve om die vingers aan te raken. Die drie vierkante centimeter van mijn huid die werden geëlektrificeerd door het contact met hem, was de enige reden die ertoe deed. Ik wist dat voor hem hetzelfde gold, deze lange, gebruinde vreemdeling. Ik wist dat hij me, door de manier waarop hij het boek perfect stilhield, geen enkel excuus gaf mijn vin­gers te laten wegglippen. Het eerste gezang werd aangeheven. "Daal neer, o, hemelse liefde..." Zijn zangstem was net zo diep als zijn gefluister. Mijn schouder raakte zijn arm en ik voelde de vibratie in zijn borst. De volgende zin werd door vrouwen alleen gezongen. "0, Heilige Geest, kom naderbij, in mijn hart, en laat het door Uw heilige vlam ontwaken." Ik zweer dat hij mijn gedachten kon lezen. Dat hij geen noot miste en ik voelde dat zijn hand mijn vingers greep. Aan het eind van het gezang ging iedereen weer zitten voor de preek. Ik geloof dat het over God ging, die wil dat we elkaar liefhebben. Of zoiets. Om je de waarheid te zeggen, ik heb er geen woord van gehoord.

De grote basstem had mijn hand stevig vast en ik smolt vanbinnen in snel tempo. Die vingers bewogen zich verrukkelijk langzaam over mijn hand. De geringste verandering van druk stuurde elektrische stroompjes naar mijn keel, mijn tepels, mijn... Sst...Anja! Moeder! O, God! Met deze aanbidding, om die reden, moest ik nu net hier terecht komen. Niet te verwonderen dat Hij... Ik zal de rest van mijn profane ideeën over Zijn... Goed, ik zwijg!

We keken beiden zo aandachtig naar de predikant dat hij moet hebben gedacht dat er een paar nieu­we bekeerden voor hem zaten. Ik waagde het niet nog eens in zijn bruine ogen te kijken. De hele kerk zou afbranden als het circuit werd gesloten. We stonden op, we zongen, we gingen weer zitten, we luisterden, we deelden in de reacties. Ondertussen bleef die hand aldoor op de mijne, bewoog nauwelijks, kwelde me. Hij bedreef de liefde met mijn hele lichaam door me alleen met zijn hand aan te raken. Of de woorden - Hemelse ervaring - hier op hun plaats staan laat ik aan de lezers over.

Tegen de tijd dat het gelukkige paar langs ons, op weg naar de uitgang van de kerk liep, was ik van top tot teen opgewonden. Als hij me had opgetild op de kerkbank had gelegd en mij in het bijzijn van iedereen had geneukt had ik geen weerstand geboden. We volgden de anderen naar buiten, het zonlicht in. Bij de deur staarden we de jonge bruidsjonker stom aan, toen hij zijn hand uitstak. "Het gezangenboek?" Vroeg hij. "Of wilt u het als aandenken houden?" Ik deed mijn hand naar beneden toen mijn begeleider hem het boek overhandigde. Onze dekking was weg.

Als dansers, die alleen op zichzelf geconcentreerd zijn wanneer de muziek eindigt en de lichten aangaan, strompelden we onhandig naar buiten. We raakten elkaar niet meer aan maar werden door die onzichtbare magnetische stroom bijeengehouden. We stapten op het gras en keken elkaar voor het eerst eens aandachtig aan. Hij was slank en zongebruind. Zijn donkere haar was schijnbaar al jaren niet geknipt en waaierde als leeuwenmanen om zijn granieten kop. Nu zou ik hem vergelijken met een iets slankere, jongere en grotere versie van Mel Gibson toen hij Braveheart speelde. Hij stak zijn handen in de zakken van een chocoladekleurig linnen pak en staarde me openlijk aan. "Wel aardig," mompelde hij. "Zelf ben je ook niet bepaald moeders mooiste," antwoordde ik, wensend dat ik zo zelfverzekerd overkwam als ik probeerde te doen voorkomen. Hij vertrok een wenkbrauw. "Heel vriendelijk van je dat te zeggen..." Hij stond op het punt nog iets toe te voegen. Maar, de getuige verscheen naast hem en begon hem met een hand op zijn arm weg te duwen. "Johan, we hebben je in het huis nodig," zei hij vastberaden. "Ga je omkleden, Johan?" hoorde ik hem vragen toen ze wegliepen.

Johan. Ik wist nu tenminste zijn naam. Hij keek mij over zijn schouder treurig aan terwijl hij werd weggeleid, de blik van een puppy die noodgedwongen zijn baasje volgt. Vertederend. Felicitaties, foto's, steeds dezelfde vragen van tantes en ooms over mijn carrière, huwelijkse staat rolden over me heen terwijl ik daar als verdoofd stond. Ik gaf de autorit de schuld, maar ik wist dat de echte reden de herinnering aan die hand was. Johan 's hand. Uiteindelijk bereikten we het huis waar de receptie in een feesttent in de tuin werd gehouden. Ik kreeg het eerste troostende glas champagne te pakken. Ik ving in de verte een glimp op van Johan. Als een van de vrienden van de bruidegom had hij bepaalde taken, onder andere wijn inschenken en oudere verwanten naar een zitplaats leiden. Een paar keer betrapte ik hem erop dat hij zo doordringend naar me keek dat mijn nekhaartjes overeind gingen staan. Verbeeldde ik het me of probeerde hij een paar keer naar me toe te komen, waarbij hij door de getuige werd onderschept. Werd ik tegen Johan in bescherming genomen, of andersom, vroeg ik me af.