Eindeloze diepte

Ze is hier. Hier bij me. Ik voel het. Het is donker, maar ik wéét dat ze er is. Inktzwart is de nacht en dik als stroop is de lucht. Geen geluid, geen zicht. Doodstil, bijna als een in een vacuüm. Ik probeer te luisteren, maar ik hoor niets anders dan het ruisen van mijn bloed. Mijn hartslag. Ze is in de buurt. Zo dichtbij. Dat kan niet anders. Plotseling is daar een zacht gefluister in mijn oor: "Schatje, hm...".

Als een zuchtje wind dat door mijn haar strijkt, als een warme ademstoot op mijn lippen. Mijn adem stokt en ik wil meer van haar stem horen. Haar horen praten, haar horen zeggen dat ze naar me verlangt, haar horen kreunen van genot. Het blijft bij dat ene woord. Dan niets meer. Ik merk dat mijn bloed sneller begint te stromen. Opwinding. Verwachting. Mijn ademhaling versnelt bijna onmerkbaar. Haar gefluister klinkt nog lang na in mijn hoofd. Ik lig doodstil, bang om ook maar iets van haar te missen. Op mijn rug. Op bed. Naakt. Het is het bed waarin zij en ik al zoveel hebben gedeeld. Lange zwoele en korte heftige nachten. Wat wordt deze? De keus is dit keer aan haar.

De tijd staat stil. Het is warm. Ik ben warm. Van inspanning? Nee. Hm... Dan, terwijl ik me dit lig af te vragen, stokt mijn adem nogmaals. Onverwacht. Ik voel dat ze met haar lippen over mijn linkerbeen een spoor trekt. Omhoog. Kussend. Likkend. Tergend langzaam en vederlicht. Een zachte kreun ontsnapt me en mijn hart slaat een aantal slagen over. Ik voel dat haar vingers een brandend spoor achterlaten, daar waar ze de huid van mijn benen heeft aangeraakt.

Het wordt heet. Ik word heet. Een zweetdruppel glijdt kriebelend langs mijn slaap en verdwijnt tussen alle andere in mijn nek. Haar mond, haar tong... mijn bloed raast nu door mijn lijf. Ondraaglijke spanning. Trillende lippen glijden over mijn buik. Ze zijn vochtig. Ik voel het. Ik ben vochtig. Ik voel het. Zij ook. Dat wéét ik.

De spieren in mijn buik schokken onder haar aanraking. Ongewild. Zonder daarvan iets te zien, voel ik de rest van haar aanwezigheid boven me. Haar benen glijden tussen de mijne en ik kan niets anders doen dan haar toelaten. Het liefst zou ik mijn benen om de hare willen slaan, maar dat laat ze niet toe. Niet nu. Ze is onvermurwbaar.

Haar vingers glijden traag, zo vreselijk traag over de gevoelige huid van de binnenkant van mijn armen. Een marteling. Pijnlijk verlangen. Ik voel haar lange haar steeds op andere plaatsen over mijn inmiddels overgevoelige lichaam strijken. Mijn ademhaling klinkt nu hoorbaar versneld. De hare ook. Ik ruik haar zoete warme adem, haar lichaam. Mijn geest begint te dwalen in verlangen haar mond op de mijne te voelen. Haar tong in mijn mond te voelen. In me te voelen. Zo dichtbij. Stilte? Nee. De nacht probeert de kamer weer in te glijden, maar wordt verstoord door versnelde ademhaling. Gehijg. Hoe lang al? Ik heb werkelijk geen idee. Haar vingers, mond en haar voel ik niet meer. Onbeweeglijk.

Ik kreun uit machteloosheid. Onrust bekruipt me en mijn hart bonst tegen mijn ribben. Mijn mond is droog en ik wil haar. Helemaal. Dan hoor ik haar zachtjes lachen. Ze wéét het. Om waanzinnig van te worden. Dan voel ik haar zoekende vingers plotseling overal op mijn lichaam. Koortsachtig voelend, knedend, knijpend, wrijvend. Ik kronkel, spartel en schreeuw het uit. Fel oplaaiende, brandende chaos. Ze laat zich languit op me vallen en ik voel hoe ze mijn gebonden lichaam meedogenloos gebruikt. Genotzuchtig, onverzadigbaar en ik val met haar mee, de eindeloze diepte in...

私の指